Het instructierecht van de werkgever in tijden van het coronavirus

05-10-2020

Door het aantal toenemende coronabesmettingen zitten we inmiddels in de beruchte tweede golf. De overheid heeft een dringend advies gegeven om mondkapjes te dragen in publieke ruimtes en ook thuiswerken is –indien mogelijk- weer de norm. Dit leidt tot allerlei vragen bij werkgevers. Niet elke werknemer kan namelijk thuis werken, en het waarborgen van de noodzakelijke anderhalve meter op de werkvloer is ook niet altijd mogelijk in de praktijk. Dat terwijl de werkgever gehouden is om zorg te dragen voor een veilige werkomgeving. Maar hoe ver gaat die verplichting van de werkgever? En wat kan hij in dat verband van zijn werknemers verlangen? Dat een werkgever zijn medewerker kan verplichten tot het opvolgen van de richtlijnen van het RIVM lijkt logisch, maar is dat ook zo? En kan een werkgever zijn werknemers bijvoorbeeld ook verplichten tot het dragen van een mondkapje?

Een bevestigend antwoord is goed verdedigbaar. Aan de werkgever komt namelijk het instructierecht toe op grond van art. 7:660 BW. De werknemer is - als goed werknemer zijnde - gehouden tot het naleven van de instructies van de werkgever, mits deze instructies redelijk zijn en zien op het verrichten van arbeid, alsmede betrekking hebben op de bevordering van de goede orde in de onderneming. Deze instructies kunnen zowel tot een individuele werknemer als tot alle werknemers gericht zijn. Bij instructies die zien op de ‘bevordering van de goede orde in de onderneming’ kan het onder meer gaan om instructies die zien op veiligheidsvoorschriften, ziekteverzuim en bedrijfskleding.

Let wel, dit instructierecht is niet onbegrensd: de werkgever dient dit recht als een goed werkgever op een redelijke manier te gebruiken. Het instructierecht kan daarnaast niet zien op het veranderen van overeengekomen arbeidsvoorwaarden (de uitdrukkelijke afspraken tussen de werkgever en werknemer die vaak vastgelegd zijn in de arbeidsovereenkomst en/of cao).

Het voorkomen van besmettingen op de werkvloer (en daarbij de veiligheid van het personeel of relaties van werkgever) kan voor de werkgever een goede reden zijn om een mondkapjesplicht te hanteren wanneer de anderhalve meter afstand niet gewaarborgd kan worden of wanneer het gaat om werkzaamheden in publieke ruimtes. Denk hierbij aan werknemers die noodgedwongen dicht op elkaar aan de productielijn moeten staan, maar denk ook aan werknemers in zorg- en verpleegtehuizen die veelvuldig in nauw contact komen met kwetsbare ouderen en werknemers die werkzaam zijn in het openbaar vervoer. Eveneens kan de werkgever vanuit dezelfde redenering zijn werknemers verplichten om zich te houden aan de richtlijnen van het RIVM. Denk hierbij aan het geven van instructies omtrent het regelmatig wassen van de handen en het thuisblijven bij griepverschijnselen.

Niet opvolgen van het instructierecht door werknemer

Wil de werkgever een werknemer, die de instructies van de werkgever niet opvolgt, een sanctie opleggen, dan doet hij er goed aan om de verplichtingen die blijken uit de gegeven instructies en de bijbehorende sancties bij overtreding hiervan, voldoende kenbaar te maken binnen de onderneming. Zo ook de verplichtingen tot het naleven van de mondkapjesplicht en richtlijnen van het RIVM en de bijbehorende sancties bij overtreding: deze dienen voor alle werknemers voldoende duidelijk en kenbaar te zijn. Het is een werkgever daarom aan te raden om zijn instructies schriftelijk te geven in plaats van mondeling.

Een werknemer die weigert om de redelijke instructies van werkgever op te volgen, handelt in strijd met het goed werknemerschap. Een werknemer is gehouden om redelijke instructies op te volgen. Doet hij dit niet, dan kan hem een disciplinaire maatregel worden opgelegd. Een onwillige werknemer kan ook een boete riskeren, mits deze boete van tevoren schriftelijk overeengekomen en voldoende kenbaar is. Het hardnekkig en structureel weigeren van redelijke voorstellen kan uiteindelijk een reden zijn voor ontslag.

Conclusie

Op grond van het instructierecht kan een werkgever zijn werknemers in bepaalde omstandigheden verplichten tot het dragen van een mondkapje, alsmede tot het opvolgen van de richtlijnen van het RIVM. Het voorkomen van besmettingen op de werkvloer en/of het waarborgen van de veiligheid van het personeel of de relaties van de werkgever zijn goede redenen om werknemers dergelijke instructies op te leggen. Werknemers zijn gehouden om deze redelijke instructies van de werkgever na te leven, zij het wel dat de werkgever een voldoende duidelijk en kenbaar beleid moet hebben met betrekking tot deze verplichtingen en de daarbij behorende sancties.


Heeft u vragen? Neem contact op met Kaper Nooijen Advocaten: info@kapernooijen.nl of 040-238 0444.

Trefwoorden: