Uitspraak Rechtbank Rotterdam

03-09-2020

De situatie die bijna leidde tot het aftreden van minister Grapperhaus staat niet op zichzelf. Voorbeeldfiguren die de regels zelf niet naleven. Ongewenst, maar misschien niet altijd onbegrijpelijk?

De rechtbank Rotterdam moest op 14 augustus 2020 oordelen over een ontslag op staande voet dat KwikFit Nederland B.V. had gegeven aan één van haar supervisors, een man met een leidinggevende functie en als zodanig een voorbeeldfunctie in het bedrijf.
Op 11 mei 2020 bezocht de HR-adviseur het filiaal van KwikFit waar de betrokken supervisor werkte, voor een bespreking met de Regio Sales Manager die ook op die vestiging werkt. Dit was het eerste locatiebezoek dat de HR-adviseur aflegde na een periode van thuiswerken in verband met de maatregelen van het RIVM. Terwijl de HR-adviseur bij de receptie stond te wachten op de Sales Manager, kwam de supervisor uit de werkplaats aangelopen. Hij liep op de HR-adviseur af en trok zijn handschoen uit om hem een hand te geven. De HR-adviseur wendde zich af, waarop de supervisor met beide armen de HR-adviseur bij de schouders heeft vastgepakt om hem te omhelzen. De HR-adviseur heeft dit als buitengewoon onprettig ervaren en na het incident is de werknemer daarop aangesproken. De supervisor is door KwikFit nog diezelfde dag geschorst. Een dag later heeft KwikFit de werknemer op staande voet ontslagen. Dat ontslag is per brief bevestigd, waarin KwikFit het standpunt inneemt dat zij het handelen ziet als een bedreiging en poging tot zware mishandeling.

Daarbij speelt op de achtergrond mee, dat gedurende het dienstverband aan werknemer eerder officiële waarschuwingen zijn gegeven voor het handelen in strijd met arbeidsvoorschriften en het alcoholgerelateerde misdragingen. Die waarschuwingen stammen echter uit 2018.

Werknemer heeft erkend dat hij verkeerd heeft gehandeld. De kantonrechter overweegt dat het de verantwoordelijkheid van ieder individu is om zich strikt aan de (relatief makkelijke) basismaatregelen te houden om verspreiding van het zeer besmettelijke Coronavirus zoveel mogelijk te voorkomen. Het verweer van werknemer was dat hij het uit enthousiasme had gedaan omdat hij blij was de HR-adviseur weer te zien. Dit maakt evenwel niet dat hij de regels aan zijn laars kon lappen. Temeer niet aangezien de supervisor een leidinggevende functie en dus een voorbeeldfunctie heeft. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer zich provocerend en onverantwoordelijk heeft gedragen.

De kantonrechter overweegt echter ook dat niet is komen vast te staan dat er sprake was van kwade wil. De supervisor was niet besmet met het Coronavirus en de HR-adviseur heeft er ook geen gevolgen van ondervonden voor zijn gezondheid. De supervisor is al zeer lang in dienst (34 jaar) wat alles bij elkaar voor de kantonrechter leidt tot het oordeel dat er geen sprake is van een dringende reden die ontslag op staande voet rechtvaardigt. De kantonrechter gaat wel over tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding).