Het slapend houden van een dienstverband: toch slecht werkgeverschap.

20-08-2019

Hoewel de prejudiciële vragen die door de kantonrechter Roermond aan de Hoge Raad zijn gesteld over dit onderwerp nog niet zijn beantwoord, oordeelt de rechtbank Gelderland in een uitspraak van 29 juli 2019 (ECLI: NL: RBGL:2019:3440) dat het slapend houden van een dienstverband bij een volledig arbeidsongeschikte werkneemster, waarbij kans op verbetering of herstel is uitgesloten, niet getuigt van goed werkgeverschap.


De rechter oordeelt dat wanneer het niet opzeggen en daarmee dus het niet betalen van de transitievergoeding, ondanks de bedoeling van de wetgever en de mogelijkheid van compensatie, steeds ter vrije keus van de werkgever zou staan, het risico bestaat dat, met name in gevallen waarin de werknemer duurzaam volledig arbeidsongeschikt is (IVA-uitkering) en de werkgever geen enkel belang bij opzegging van de arbeidsovereenkomst heeft, het door de wetgever beoogde recht op een transitievergoeding voor deze categorie werknemers illusoir wordt. 

Bij gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers zal dat risico waarschijnlijk kleiner zijn, omdat werkgevers dan veelal wel belang hebben bij opzegging omdat bij het voortduren van de arbeidsovereenkomst de re-integratieverplichting blijft bestaan en de werknemer zich, bij eventuele verbetering van de situatie, weer aan de poort kan melden. Dat risico wil de werkgever door de arbeidsovereenkomst op te zeggen veelal uitsluiten. In het geval van deze specifieke uitspraak, deed dat risico zich niet voor, en had de werkgever dus geen enkel belang bij opzegging. De rechter heeft de werkgever veroordeeld om de arbeidsovereenkomst alsnog op te zeggen, door binnen 24 uur een UWV-aanvraag in te dienen en na verkregen toestemming onmiddellijk op te zeggen onder betaling van een transitievergoeding. 

Een relevant detail in deze uitspraak was dat de betrokken werknemer de pensioengerechtigde leeftijd naderde. Om die reden vond de rechtbank dat de prejudiciële vragen die bij de Hoge Raad liggen, niet konden worden afgewacht.

Met deze uitspraak kantelt de weegschaal van het recht weer een beetje verder naar de opvatting dat het slapend houden van dienstverbanden met succes moet kunnen worden aangevochten door werknemers die menen dat hen daardoor het recht op een transitievergoeding wordt ontnomen. Zolang de Hoge Raad nog geen duidelijkheid heeft verschaft zullen we het met dit soort van uitspraken moeten doen die, hoewel het hier om feitenrechtspraak gaat, toch richting geven. 

Zodra de Hoge Raad zijn uitspraak doet, hoort u dat uiteraard meteen.

Volg Kaper Nooijen Advocaten. Wij weten hoe het zit. 
LinkedIn, Twitter, YouTube, Facebook.   

 

Trefwoorden: